Gemeente Westerwolde voorzichtig positief over financiële situatie

25 oktober 2021
geld
De financiële situatie van de gemeente Westerwolde voor de komende jaren kan voorzichtig positief genoemd worden.

Er is sprake van een sluitende meerjarenbegroting 2022-2025. Maar de financiële ontwikkelingen zijn grillig. Het jaar 2024 laat bijvoorbeeld een tekort zien. De komende jaren zal de gemeente daarom alleen noodzakelijke investeringen doen. Wel heeft de gemeente extra geld vrijgemaakt voor het verbeteren van de onderwijshuisvesting. Door de stabiele financiële basis blijft de algemene bestemmingsreserve boven de kritische ondergrens zitten. Daarmee heeft Westerwolde voor de komende jaren voldoende weerstandsvermogen.


Voorzichtig financieel beleid

Ondanks de positieve ontwikkelingen is er de komende jaren nog steeds een voorzichtig financieel beleid nodig. In de begroting is rekening gehouden met de effecten omtrent jeugdhulp en het btw-compensatie-fonds. Deze effecten zijn afhankelijk van het nieuwe kabinetsbeleid en daarom is behoedzaamheid van belang. De ontwikkelingen in het ruimtelijk domein en onder andere gebouwenbeheer zijn nog onzeker en vragen om behoudendheid. De effecten van de herverdeling van het gemeentefonds zijn, volgens de richtlijnen van de provinciale toezichthouders, niet meegenomen in de begroting. Wel heeft de gemeente verdergaande bezuinigingen op het huidige dienstverlening- en voorzieningenniveau kunnen afwenden. De financiële impact van de coronacrisis lijkt vooralsnog beperkt te zijn.


Alleen noodzakelijke investeringen

De financiële aandacht blijft zich de komende jaren richten op het sociaal domein, vooral op de Wmo. Daarnaast moet de gemeente de komende jaren flink investeren in het openbaar gebied om de achterstanden in onderhoud weg te werken. Ook moeten er investeringen worden gedaan in de onderwijshuisvesting en overige gemeentelijke gebouwen. Hiervoor is deels al extra geld gereserveerd. Bestuursrapportage De gemeenteraad neemt op 3 november een besluit over de begroting. Ook neemt de raad dan een besluit over de tweede tussentijdse rapportage. Deze laat een incidenteel voordeel in het boekjaar 2021 zien van € 1.400.000. Dit komt door de bijstelling van de algemene uitkering die vanuit het Rijk wordt ontvangen.